
Maak kennis met ons redactieteam
Maxima Boos begon haar veelbesproken loopbaan aan de Universiteit van Harderwijk, waar zij praatkunde studeerde.
Ze studeerde cum laude af op haar baanbrekende scriptie ‘Ik heb altijd gelijk’. Het opmerkelijke onderzoek bevatte nauwelijks oorspronkelijke gedachten: vrijwel iedere bewering was eerder door anderen bedacht.
Dankzij zorgvuldige bronvermijding, overtuigende stelligheid en een uitzonderlijk gevoel voor zelfpromotie wist zij die geleende inzichten echter als persoonlijke openbaringen te presenteren.
Na haar studie werd Maxima een graag geziene gast aan nationale talkshowtafels, grote congressen en besloten vergaderingen waar besluiten al vaststonden.
Haar specialiteit werd het herhalen van andermans ideeën met zoveel nadruk dat zelfs de bedenkers eraan gingen twijfelen van wie ze afkomstig waren.
Voor haar verdiensten ontving zij meerdere prijzen, voornamelijk uitgereikt door commissies waarin haar bewonderaars zitting hadden.
Tegenwoordig adviseert zij organisaties over zichtbaarheid, gelijk krijgen en het professioneel wegwuiven van tegenspraak.
Haar motto luidt: wie het hardst praat, heeft achteraf altijd gelijk.
List Wicht begon haar opmerkelijke loopbaan aan de Universiteit van Bunnik, waar zij telefonische gebedsgenezing studeerde.
Haar afstudeeronderzoek, ‘Een wonder aan de lijn’, behandelde de heilzame werking van bezettoon en keuzemenu.
Daarna vertrok zij naar de kunstacademie in Wyns om zich te bekwamen in kunstgebit, een discipline waarin esthetiek, tandpasta en subsidieaanvragen samenkomen.
Haar doorbraak volgde met de uitvinding van de ongeïnteresseerde nonchalance: een houding waarbij men tegelijk afwezig kijkt, nadrukkelijk zucht en toch alle aandacht opeist.
Musea, talkshows en beleidscommissies omarmden haar methode onmiddellijk, vooral omdat niemand precies begreep waarover zij ging.
List Wicht ontving diverse prijzen, die zij doorgaans ongeopend in een la legde.Interviews beantwoordt zij uitsluitend met halve zinnen en lange stiltes.Of haar carrière daarmee voltooid is, interesseert haar nauwelijks.Zoals zij zelf zegt: het zal haar allemaal een vegetarische worst wezen, liefst lauw geserveerd zonder mosterd, applaus of verdere vragen van wie dan ook.
Doedel Herman bouwde een carrière op die vooral werd gekenmerkt door deuren die achter hem dichtvielen.
Hij studeerde ‘alles beter weten’ aan diverse universiteiten, maar werd telkens verwijderd omdat zijn kennis omgekeerd evenredig bleek aan zijn zelfvertrouwen.
Toch presenteerde hij ieder ontslag als een academische promotie.
Daarna begon hij een politieke loopbaan in de Tweede Kamer, waar hij als bode stukken rondbracht die hij naar eigen zeggen allemaal zelf had kunnen schrijven.
Na zijn vertrek zocht hij een functie met meer gezag en werd uitsmijter van een beruchte nachtclub.
Daar ontmoette hij tijdens rumoerige nachtdiensten de andere redacteuren van Opiniesmurf.
Hun gezamenlijke talent voor ongewenste meningen, twijfelachtige feiten en plechtige onzin vormde de basis van de website.
Doedel werd er specialist in stellige conclusies zonder aanleiding.
Zijn motto luidt: ‘Ik ben de sigaar.’ Wat dat betekent, weet hij niet, maar hij spreekt het altijd overtuigend uit bij vergaderingen en verjaardagen.
Zack Brood begon zijn indrukwekkende loopbaan als muzikant in een beruchte achterbuurt van Amsterdam: de Keizersgracht.
Daar bespeelde hij met ongekende overtuiging de zingende zaag, een instrument dat volgens omwonenden vooral goed klonk wanneer Zack ermee ophield.
Na zijn studie ‘Ik kwam, zaagde en overwon’, waarin hij afstudeerde op het verschil tussen herrie en hogere kunst, sloot hij zich aan bij een rooms-katholieke bluesband.
De groep verwierf enige bekendheid met buitenissige teksten die wij uit piëteit, smaak en juridisch zelfbehoud hier niet zullen herhalen.
Vervolgens werkte Zack nog drie volle weken bij de publieke omroep. Daar ontdekte hij dat vergaderen ook muziek kan zijn, mits niemand luistert.
Tegenwoordig houdt hij zich op hoge toon bezig met deze website, waar hij meningen zaagt, actualiteiten doorzaagt en iedere discussie vakkundig aan flarden speelt.
Zijn motto luidt: wie niet luisteren wil, moet maar harder lezen. Collega’s noemen hem onvervangbaar, vooral tijdens zijn afwezigheid.
