De discrepantie tussen het gemak en ongemak van A.I.

Kunstmatige intelligentie maakt het leven op veel terreinen gemakkelijker. Teksten kunnen binnen enkele seconden worden samengevat, vertaald of herschreven.

Een computerprogramma kan ideeën aandragen, afbeeldingen maken, ingewikkelde berekeningen uitvoeren en grote hoeveelheden informatie ordenen. Waar iemand vroeger een middag in een bibliotheek nodig had om informatie te verzamelen, kan een A.I.-systeem tegenwoordig in korte tijd een bruikbaar overzicht produceren. Juist dat gemak verklaart waarom steeds meer mensen A.I. gebruiken bij hun werk, studie en dagelijkse bezigheden.

Maar tegenover dat gemak staat een groeiend ongemak. Want wat gebeurt er wanneer we steeds meer denkwerk uitbesteden aan een machine?

Tot nu toe werden computers vooral gebruikt om menselijke handelingen sneller uit te voeren. Een tekstverwerker verving de typemachine, maar bedacht de tekst niet. Een rekenmachine voerde berekeningen uit, maar bepaalde niet welke berekening zinvol was. Met generatieve A.I. verandert dit. De machine geeft niet alleen informatie, maar formuleert antwoorden, argumenten, adviezen en zelfs complete verhalen. Daardoor verschuift A.I. van hulpmiddel naar een soort intellectuele assistent.

Dat heeft voordelen, maar kan ook leiden tot gemakzucht. Zelfstandig denken kost tijd. Je moet twijfelen, zoeken, fouten maken, verschillende bronnen vergelijken en uiteindelijk zelf een conclusie trekken. A.I. kan veel van die tussenstappen overslaan. Het antwoord verschijnt onmiddellijk en is vaak overtuigend geformuleerd. Het gevaar bestaat dat een gebruiker daardoor niet langer vraagt: Klopt dit?, maar alleen nog: Kan ik dit gebruiken?

Juist hier ontstaat een probleem voor het onderwijs. Onderwijs is namelijk niet uitsluitend bedoeld om het juiste antwoord te produceren. Het gaat vooral om het proces waarmee een leerling tot dat antwoord komt. Een leerling die een opstel schrijft, leert niet alleen schrijven, maar ook ordenen, selecteren, argumenteren en formuleren. Wanneer A.I. die taak grotendeels overneemt, kan het eindproduct uitstekend zijn terwijl het leerproces nauwelijks heeft plaatsgevonden.

Hetzelfde geldt voor rekenen, geschiedenis, vreemde talen en wetenschappelijke vakken. Wie voortdurend antwoorden laat genereren, kan goede cijfers halen zonder de onderliggende kennis werkelijk te beheersen. Daarmee ontstaat een merkwaardige situatie: de kwaliteit van het ingeleverde werk stijgt, terwijl de zelfstandigheid van de leerling juist kan afnemen.

A.I. verbieden is echter waarschijnlijk geen oplossing. Ook de rekenmachine, Wikipedia en zoekmachines werden ooit gezien als bedreigingen voor het onderwijs. Uiteindelijk werden ze onderdeel van de dagelijkse praktijk. Het onderwijs zal daarom vooral moeten veranderen. Niet alleen het antwoord moet worden beoordeeld, maar ook de manier waarop iemand tot dat antwoord komt. Leerlingen moeten leren A.I. te controleren, bronnen te vergelijken, fouten te herkennen en argumenten zelf te beoordelen.

Misschien is dat de belangrijkste nieuwe vaardigheid: niet leren hoe je A.I. zoveel mogelijk laat denken, maar leren wanneer je juist zelf moet denken.

Daar ligt de fundamentele discrepantie. A.I. geeft ons ongekend gemak, maar precies dat gemak kan ongemakkelijk worden wanneer wij er afhankelijk van raken. De uitdaging is daarom niet om A.I. buiten de deur te houden, maar om te voorkomen dat gemak langzaam verandert in intellectuele luiheid. A.I. kan het menselijk denken versterken, zolang we het niet gebruiken om dat denken te vervangen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.