Het verdwijnen van kunst

De infantilisering van kunst en cultuur begint bij opiniemakers die menen overal verstand van te hebben. Vanuit die zelfverklaarde autoriteit nemen zij kunstenaars en publiek voortdurend de maat.

Wat wordt voorgesteld als maatschappelijke verantwoordelijkheid, dreigt zo uit te lopen op bevoogding, zelfcensuur en uiteindelijk de afbraak van werkelijk onafhankelijke kunst.

Daarbij ontstaat een klimaat waarin risico’s worden gemeden en experiment wordt ontmoedigd. Kunstenaars voelen zich genoodzaakt hun werk vooraf te filteren op mogelijke kritiek, nog voordat het publiek de kans krijgt om zelf te oordelen. Dit leidt tot een verschraling van het culturele landschap, waarin veilige, voorspelbare keuzes de overhand krijgen.

Bovendien verschuift de aandacht van de intrinsieke waarde van kunst naar de vraag of deze wel ‘juist’ of ‘verantwoord’ is volgens de heersende normen. Hierdoor verliest kunst haar vermogen om te schuren, te provoceren en nieuwe perspectieven te openen. Juist die eigenschappen maken kunst essentieel voor een levendige en kritische samenleving.

Kunst in de dwangbuis van de subsidie

Subsidies kunnen kunstenaars de vrijheid geven om werk te maken dat op de commerciële markt nauwelijks een kans krijgt. Maar wanneer subsidiëring uitgroeit tot een cultuur met eigen regels, modes en morele voorwaarden, verandert steun langzaam in sturing. De kunstenaar ontvangt dan niet alleen geld, maar ook een onzichtbare handleiding waarin staat welke onderwerpen belangrijk zijn, welke woorden gebruikt moeten worden en welke maatschappelijke boodschap wenselijk is.

Om subsidie te krijgen, moet een kunstenaar zich steeds vaker aanpassen aan beleidsnota’s, thema’s en meetbare doelstellingen. Een kunstwerk moet niet alleen goed of oorspronkelijk zijn, maar ook inclusief, duurzaam, toegankelijk, vernieuwend, verbindend en maatschappelijk relevant. Dat klinkt sympathiek, maar het gevaar is dat kunst zo wordt teruggebracht tot een keurige opsomming van beleidsdoelen. Het vrije experiment verdwijnt achter formulieren, projectplannen en zorgvuldig geformuleerde beloften.

Daardoor ontstaat een kunstwereld waarin niet noodzakelijk de meest eigenzinnige maker wordt beloond, maar degene die het subsidiejargon het beste beheerst. Kunstenaars leren vooruit te denken: wat wil de commissie horen, welk onderwerp ligt goed en welke formulering vergroot de kans op goedkeuring? Nog voordat het kunstwerk bestaat, wordt het al aangepast aan de vermoedelijke smaak van bestuurders en beoordelaars. Zelfcensuur wordt dan geen bevel van bovenaf, maar een overlevingsstrategie.

Ook bevordert deze cultuur een veilige middelmaat. Commissies kiezen begrijpelijkerwijs liever voor projecten die professioneel ogen, maatschappelijk verantwoord zijn en weinig risico opleveren. Werk dat werkelijk schuurt, beledigt, verwart of mislukt, laat zich moeilijk verdedigen in een jaarverslag. Terwijl juist het onvoorspelbare, ongemakkelijke en soms mislukte experiment de voedingsbodem van kunst vormt.

Kunst hoort geen verlengstuk van overheidsbeleid te zijn. Zij hoeft de samenleving niet voortdurend te verbeteren, te verbinden of op te voeden. Kunst mag zinloos, tegendraads, lelijk, elitair, absurd, humoristisch of ronduit irritant zijn. Zij moet vragen kunnen stellen waarop beleidsmakers geen antwoord hebben en grenzen overschrijden die commissies liever bewaken.

Het antwoord is niet noodzakelijk het afschaffen van subsidies. Zonder publieke steun zouden veel belangrijke vormen van kunst verdwijnen of volledig afhankelijk worden van markt, sponsors en bezoekersaantallen. Maar subsidiëring moet gebaseerd zijn op vertrouwen en artistieke vrijheid, met minder ideologische voorwaarden, minder bureaucratie en meer ruimte voor risico en mislukking.

Wanneer kunstenaars vooral leren voldoen aan de verwachtingen van het systeem, wordt kunst voorspelbaar. De subsidie die haar moest bevrijden, verandert dan in een dwangbuis. En kunst in een dwangbuis kan nog wel bewegen, maar niet meer vrij ademen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.