Vrouwen in de kunst

De vrouw bekeken, haar kunst genegeerd

Vrouwelijke kunstenaars worden nog altijd minder gewaardeerd dan hun mannelijke collega’s. Niet omdat hun werk minder oorspronkelijk, minder krachtig of minder betekenisvol zou zijn, maar omdat vrouwen in de kunstwereld te vaak als minder belangrijk worden beschouwd.

Hun werk wordt bekeken door een filter van oude vooroordelen: de man geldt als de autonome kunstenaar en vernieuwer, terwijl de vrouw eerst moet bewijzen dat zij überhaupt serieus genomen mag worden.

Wanneer een man kunst maakt, gaat het gesprek doorgaans over zijn ideeën, techniek en invloed. Hij wordt een visionair, rebel of meester genoemd. Bij een vrouw verschuift de aandacht opvallend snel naar haar uiterlijk, leeftijd, relaties, moederschap of psychische gesteldheid. Haar persoonlijkheid wordt belangrijker gemaakt dan haar kunstenaarschap. Alsof haar schilderijen, foto’s, beelden, boeken of films slechts illustraties van haar privéleven zijn.

Dat verschil is niet onschuldig. Wie voortdurend over de persoon praat, hoeft het werk niet serieus te onderzoeken. De vrouwelijke kunstenaar wordt interessant gevonden als verschijning, als slachtoffer, als muze of als uitzondering, maar veel minder vaak als zelfstandig denker met een eigen artistieke taal. Haar kunst wordt daardoor verkleind tot een biografische voetnoot.

Ook de kunstgeschiedenis heeft deze ongelijkheid lang in stand gehouden. Vrouwen waren er altijd, maar werden minder verzameld, nauwelijks beschreven en zelden opgenomen in de officiële canon. Soms werkten zij in de schaduw van een vader, echtgenoot of mannelijke collega. Hun bijdrage werd onderschat, vergeten of zelfs aan een man toegeschreven. Musea, kunstopleidingen, galerieën en critici herhaalden vervolgens hetzelfde beperkte verhaal: belangrijke kunst zou voornamelijk door mannen zijn gemaakt.

Zo ontstond een zichzelf versterkend systeem. Omdat vrouwelijke kunstenaars minder vaak werden tentoongesteld, werden zij minder bekend. Omdat zij minder bekend waren, werd hun werk minder waard geacht. En omdat het minder waard werd geacht, kregen zij opnieuw minder ruimte. De afwezigheid die door uitsluiting was veroorzaakt, werd vervolgens gebruikt als bewijs dat er blijkbaar weinig belangrijke vrouwelijke kunstenaars bestonden.

Zelfs wanneer een vrouw eindelijk erkenning krijgt, gebeurt dat vaak op een merkwaardige manier. Zij wordt aangekondigd als een vergeten vrouw die “herontdekt” is. Daarmee lijkt haar erkenning een vriendelijk gebaar van de kunstwereld, terwijl de werkelijke vraag zou moeten zijn waarom men zo lang niet naar haar werk heeft willen kijken. Zij was niet verdwenen; de kunstwereld keek de andere kant op.

Er bestaat bovendien een hardnekkig verschil in waardering. Eigenschappen die bij mannelijke kunstenaars als kracht worden gezien, krijgen bij vrouwen dikwijls een negatieve betekenis. Een compromisloze man is gedreven; een compromisloze vrouw is lastig. Een man met een groot ego is charismatisch; een vrouw met zelfvertrouwen is arrogant. Een man die zijn persoonlijke ervaringen gebruikt, maakt universele kunst; een vrouw die hetzelfde doet, zou slechts over “vrouwenzaken” spreken.

Werkelijke gelijkwaardigheid vraagt daarom om meer dan het organiseren van een enkele tentoonstelling met vrouwelijke kunstenaars. Het vraagt om een andere manier van kijken, verzamelen, schrijven en beoordelen. Critici moeten het werk centraal stellen. Musea moeten niet alleen tijdelijk corrigeren, maar hun aankoopbeleid en vaste presentaties blijvend veranderen. Kunstopleidingen moeten duidelijk maken dat de kunstgeschiedenis groter en veelzijdiger is dan het bekende rijtje mannelijke meesters.

Bovenal moeten vrouwelijke kunstenaars het recht krijgen om ingewikkeld, ambitieus, vernieuwend, ongemakkelijk en groots te zijn zonder voortdurend tot hun geslacht of privéleven te worden gereduceerd. Zij hoeven niet sympathiek, voorbeeldig of uitzonderlijk te zijn om aandacht te verdienen. Hun werk moet worden bekeken met dezelfde ernst, nieuwsgierigheid en vrijheid die mannelijke kunstenaars al eeuwenlang wordt gegund.

Het probleem is niet dat vrouwelijke kunstenaars te weinig te zeggen hebben. Het probleem is dat velen nog altijd onvoldoende bereid zijn om te luisteren en werkelijk te kijken. Zolang de persoon van de vrouw belangrijker wordt gemaakt dan haar kunst, blijft haar kunstenaarschap gevangen in het oordeel van anderen. Wie recht wil doen aan kunst, moet daarom beginnen met iets eenvoudigs maar wezenlijks: kijk naar het werk.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.