Een wereld zonder subsidiekunst?

Een wereld zonder kunst is een wereld die nog wel functioneert, maar nauwelijks meer leeft. Er zijn huizen, maar geen architectuur die verwondert. Er is taal, maar geen poëzie.

Er zijn geluiden, maar geen muziek. Pleinen worden verkeersruimtes, gebouwen worden dozen en het landschap wordt uitsluitend beoordeeld op economische opbrengst. Zelfs humor, mode, fotografie en verhalen verdwijnen. Wat overblijft is een goed georganiseerde, maar geestelijk lege samenleving.

Kunst geeft vorm aan gevoelens waarvoor gewone woorden tekortschieten. Ze bewaart herinneringen, stelt machthebbers ter discussie en laat ons door de ogen van anderen kijken. Kunst mag ontregelen, troosten, beledigen, verleiden of zelfs volledig mislukken. Juist daarin schuilt haar vrijheid. Een samenleving zonder kunst verliest niet alleen schoonheid, maar ook haar verbeeldingskracht en zelfkritiek.

Toch wordt kunst vaak ondergewaardeerd. Van kunstenaars wordt verwacht dat zij jarenlang studeren, experimenteren en investeren, terwijl hun werk vervolgens voor weinig geld of zelfs “voor de zichtbaarheid” beschikbaar moet zijn. Een kunstwerk wordt al snel gezien als decoratie, niet als het resultaat van vakmanschap en een zelfstandig denkproces. De maatschappelijke waarde van kunst wordt geprezen in toespraken, maar nauwelijks vertaald in behoorlijke beloning, werkruimte of duurzame ondersteuning.

Daarbij wordt waardering ongelijk verdeeld. Bekende namen, goede netwerken en modieuze thema’s krijgen gemakkelijker aandacht dan kunstenaars die buiten de culturele circuits werken. Niet altijd het beste werk wint, maar vaak het werk dat het beste kan worden uitgelegd, verkocht of ingepast in de taal van beleidsmakers. De kunstenaar wordt zo gedwongen niet alleen kunst te maken, maar ook formulieren in te vullen, maatschappelijke doelen te formuleren en zichzelf voortdurend als merk te presenteren.

Subsidies zijn op zichzelf noodzakelijk. Zonder publieke steun zouden veel theaters, musea, orkesten, festivals en experimentele kunstenaars verdwijnen, omdat de markt vooral beloont wat onmiddellijk publiek trekt. Het probleem ontstaat wanneer een kleine kring van fondsen, commissies, adviseurs en culturele instellingen bepaalt wat als vernieuwend, relevant of maatschappelijk verantwoord geldt.

Deze “subsidieclubjes” beschikken niet over absolute macht, maar kunnen wel een gesloten systeem vormen. Dezelfde mensen ontmoeten elkaar in commissies, besturen, opleidingen en jury’s. Zij herkennen elkaars taal en voorkeuren. Wie daarbuiten staat, heeft vaak minder toegang, zelfs wanneer het werk oorspronkelijk en krachtig is. Afwijzingen worden verpakt in keurige beleidswoorden, terwijl onduidelijk blijft waarom het ene project wel en het andere geen kans krijgt.

Hierdoor kan kunst in een dwangbuis terechtkomen. Kunstenaars gaan maken wat fondsen graag lezen: projecten rond vooraf gekozen thema’s, meetbare publieksgroepen en gewenste maatschappelijke effecten. Het risico is dat veilige, correct geformuleerde kunst wordt beloond en ongemakkelijke, dwarse of moeilijk te classificeren kunst wordt buitengesloten. Dan ondersteunt subsidie niet langer de artistieke vrijheid, maar stuurt zij de inhoud.

De oplossing is niet het afschaffen van subsidies, want dan nemen marktpartijen, rijke verzamelaars en grote sponsors de macht eenvoudig over. Nodig zijn wisselende beoordelingscommissies, volledige openheid over belangen, begrijpelijke criteria, regionale spreiding en ruimte voor kunstenaars zonder institutioneel netwerk. Een deel van het geld zou via loting kunnen worden verdeeld onder plannen die aan een minimale kwaliteitstoets voldoen. Zo wordt de invloed van smaak, mode en vriendennetwerken kleiner.

Kunst heeft vrijheid nodig, maar ook waardering en een eerlijke bestaansbasis. Niet alleen kunst die keurig binnen beleidskaders past, maar juist ook kunst die schuurt, mislukt, vragen oproept of zich nergens voor laat gebruiken. Want zodra alleen commissies, managers of marktonderzoekers bepalen wat kunst mag zijn, blijft er misschien een culturele sector over — maar steeds minder levende kunst.

 
 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.